Wilstra Books
Duivenwaardseweg 7A
3244 LH  Nieuwe-Tonge

E-mail:
Telefoon: 06 – 53 70 91 10

IBAN: NL26 KNAB 0257 0137 41
Btw-nummer: NL 8540 96711 B.01
KvK-nummer: 6087 1075

Labarum academic

Toont alle 13 resultaten

  • Paperback. NIEUW boek. 505 pag.

    Psalm 110 is de oudtestamentische tekst waaraan het Nieuwe Testament het meest refereert. Die verwijzingen zijn te vinden in de synoptische evangeliën, de brieven van Paulus en Petrus en in Hebreeën. Vaak staan ze op cruciale plaatsen. Een diachrone en synchrone analyse van deze psalm vormt de basis voor het onderzoek naar het interpretatie ervan tot en met de eerste eeuw na Christus. Eerst onderzoekt de auteur de plaats van Psalm 110 binnen de Psalmen. en de overzetting ervan in de Septuaginta (= LXXPs 109). Vervolgens inventariseert en analyseert hij alle nieuwtestamentische verwijzingen naar deze psalm en onderzoekt welke rol deze in de vorming van de nieuwtestamentische christologie heeft gespeeld. Een van de hoofdconclusies van deze studie is dat alleen LXXPs 109 en niet Ps. 110 het nieuwtestamentisch gebruik mogelijk heeft gemaakt.

    Proefschrift (Dissertatie)
    ter verkrijging van de graad van doctor aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn op gezag van de rector, prof. dr. H.J. Selderhuis hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht, volgens het besluit van het college van hoogleraren in het openbaar te verdedigen
    op D.V. 21 januari 2020 in de aula van de Theologische Universiteit, Wilhelminapark 4 te Apeldoorn door Cornelis Pieter de Boer.

    Samenvatting
    Samenvatting Psalm 110 is de meest geciteerde oudtestamentische tekst in het Nieuwe Testament. Waarom verwijzen nieuwtestamentische auteurs zo frequent naar deze psalm? Welke betekenis geven zij met hun verwijzingen aan deze psalm? En: interpreteren zij allemaal deze psalm op dezelfde manier? Deze drie vragen zijn de aanleiding tot mijn onderzoek naar de oorsprong en het karakter van het gebruik van deze psalm in het Nieuwe Testament. Mijn onderzoek leid ik in met een beschrijving van de stand van het onderzoek. Ik start mijn onderzoek met een literaire analyse (hoofdstuk 1). Op deze inleiding volgt een exegese van deze psalm en een beschrijving van de plaats van deze psalm in Psalmen (hoofdstuk 2). De nieuwtestamentische auteurs verwijzen uitsluitend naar de Griekse weergave van Psalm 110 (LXXPs 109). Om die reden analyseer en exegetiseer ik LXXPs 109 (hoofdstuk 3). Volgens verschillende geleerden verwijzen vroegjoodse geschriften uit de periode vóór het ontstaan van het Nieuwe Testament (de Griekse vertaling van Zacharia, Ezechiël Tragicus, Testament van Levi, 1 Makkabeeën, 11Q5, 11Q13, Testament van Job en Assumptio Moses) naar Psalm 110 of LXXPs 109 (hoofdstuk 4). Deze wetenschappers menen dat de auteurs van deze geschriften Psalm 110 of LXXPs 109 messiaans interpreteren. In dat geval staan de nieuwtestamentische auteurs in een messiaanse traditie. Op grond van mijn onderzoek van deze geschriften concludeer ik dat in geen van deze werken een verwijzing naar Psalm 110 of LXXPs 109 staat. Jezus en zijn volgelingen interpreteren Psalm 110 conform de interpretatie van de vertaler van Ps 110 (LXXPs 109). Dit is opmerkelijk omdat in hun tijd ook andere lezingen circuleren die dichter bij de oorspronkelijke betekenis van Psalm 110 staan dan de interpretatie van de vertaler van Ps 110. In de twee volgende hoofdstukken inventariseer, analyseer en beschrijf ik alle nieuwtestamentische plaatsen waar een verwijzing naar LXXPs 109,1 of 4 voorkomt. Eerst bespreek ik alle verwijzingen in de synoptische evangeliën (hoofdstuk 5) en de brieven van Paulus en Petrus (hoofdstuk 6). Hoofdstuk 7 is in zijn geheel gewijd aan alle verwijzingen naar LXXPs 109,1 en 4 in Hebreeën. De twee belangrijkste conclusies van deze hoofdstukken zijn: Jezus legt Psalm 110,1 met behulp van gangbare en legitieme exegetische regels messiaans uit en past dit vers op zichzelf toe. Vervolgens werken Jezus’ leerlingen de messiaans-christologische interpretatie van hun Meester verder uit. In hoofdstuk acht onderzoek ik het gebruik van LXXPs 109 in het Nieuwe Testament en confronteer mijn bevindingen met de visies van L.W. Hurtado, T. Eskola, A. Chester e.a. In het slothoofdstuk formuleer ik mijn conclusies (hoofdstuk 9). Een van de conclusies luidt dat Jezus en zijn volgelingen alleen dankzij de interpretatie van de vertaler van Psalm 110 in staat zijn geweest om deze psalm messiaans-christologisch te interpreteren.

    C.P. de Boer (1975) studeerde theologie in Apeldoorn, Utrecht, Kampen en Semitische Talen en Culturen in Leiden. Hij is predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken en diende de gemeente te Werkendam (2003-2010), te Urk-Maranatha (2010-2016), te Sliedrecht Beth-El (2016-2023) en vanaf 2023 de christelijke gereformeerde kerk (cgk) te Renswoude.

    Uitgave: 2020
    27,50
  • Paperback. Gebruikt boek in nieuwstaat. 505 pag.

    Psalm 110 is de oudtestamentische tekst waaraan het Nieuwe Testament het meest refereert. Die verwijzingen zijn te vinden in de synoptische evangeliën, de brieven van Paulus en Petrus en in Hebreeën. Vaak staan ze op cruciale plaatsen. Een diachrone en synchrone analyse van deze psalm vormt de basis voor het onderzoek naar het interpretatie ervan tot en met de eerste eeuw na Christus. Eerst onderzoekt de auteur de plaats van Psalm 110 binnen de Psalmen. en de overzetting ervan in de Septuaginta (= LXXPs 109). Vervolgens inventariseert en analyseert hij alle nieuwtestamentische verwijzingen naar deze psalm en onderzoekt welke rol deze in de vorming van de nieuwtestamentische christologie heeft gespeeld. Een van de hoofdconclusies van deze studie is dat alleen LXXPs 109 en niet Ps. 110 het nieuwtestamentisch gebruik mogelijk heeft gemaakt.

    Proefschrift (Dissertatie)
    ter verkrijging van de graad van doctor aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn op gezag van de rector, prof. dr. H.J. Selderhuis hoogleraar kerkgeschiedenis en kerkrecht, volgens het besluit van het college van hoogleraren in het openbaar te verdedigen
    op D.V. 21 januari 2020 in de aula van de Theologische Universiteit, Wilhelminapark 4 te Apeldoorn door Cornelis Pieter de Boer.

    Samenvatting
    Samenvatting Psalm 110 is de meest geciteerde oudtestamentische tekst in het Nieuwe Testament. Waarom verwijzen nieuwtestamentische auteurs zo frequent naar deze psalm? Welke betekenis geven zij met hun verwijzingen aan deze psalm? En: interpreteren zij allemaal deze psalm op dezelfde manier? Deze drie vragen zijn de aanleiding tot mijn onderzoek naar de oorsprong en het karakter van het gebruik van deze psalm in het Nieuwe Testament. Mijn onderzoek leid ik in met een beschrijving van de stand van het onderzoek. Ik start mijn onderzoek met een literaire analyse (hoofdstuk 1). Op deze inleiding volgt een exegese van deze psalm en een beschrijving van de plaats van deze psalm in Psalmen (hoofdstuk 2). De nieuwtestamentische auteurs verwijzen uitsluitend naar de Griekse weergave van Psalm 110 (LXXPs 109). Om die reden analyseer en exegetiseer ik LXXPs 109 (hoofdstuk 3). Volgens verschillende geleerden verwijzen vroegjoodse geschriften uit de periode vóór het ontstaan van het Nieuwe Testament (de Griekse vertaling van Zacharia, Ezechiël Tragicus, Testament van Levi, 1 Makkabeeën, 11Q5, 11Q13, Testament van Job en Assumptio Moses) naar Psalm 110 of LXXPs 109 (hoofdstuk 4). Deze wetenschappers menen dat de auteurs van deze geschriften Psalm 110 of LXXPs 109 messiaans interpreteren. In dat geval staan de nieuwtestamentische auteurs in een messiaanse traditie. Op grond van mijn onderzoek van deze geschriften concludeer ik dat in geen van deze werken een verwijzing naar Psalm 110 of LXXPs 109 staat. Jezus en zijn volgelingen interpreteren Psalm 110 conform de interpretatie van de vertaler van Ps 110 (LXXPs 109). Dit is opmerkelijk omdat in hun tijd ook andere lezingen circuleren die dichter bij de oorspronkelijke betekenis van Psalm 110 staan dan de interpretatie van de vertaler van Ps 110. In de twee volgende hoofdstukken inventariseer, analyseer en beschrijf ik alle nieuwtestamentische plaatsen waar een verwijzing naar LXXPs 109,1 of 4 voorkomt. Eerst bespreek ik alle verwijzingen in de synoptische evangeliën (hoofdstuk 5) en de brieven van Paulus en Petrus (hoofdstuk 6). Hoofdstuk 7 is in zijn geheel gewijd aan alle verwijzingen naar LXXPs 109,1 en 4 in Hebreeën. De twee belangrijkste conclusies van deze hoofdstukken zijn: Jezus legt Psalm 110,1 met behulp van gangbare en legitieme exegetische regels messiaans uit en past dit vers op zichzelf toe. Vervolgens werken Jezus’ leerlingen de messiaans-christologische interpretatie van hun Meester verder uit. In hoofdstuk acht onderzoek ik het gebruik van LXXPs 109 in het Nieuwe Testament en confronteer mijn bevindingen met de visies van L.W. Hurtado, T. Eskola, A. Chester e.a. In het slothoofdstuk formuleer ik mijn conclusies (hoofdstuk 9). Een van de conclusies luidt dat Jezus en zijn volgelingen alleen dankzij de interpretatie van de vertaler van Psalm 110 in staat zijn geweest om deze psalm messiaans-christologisch te interpreteren.

    C.P. de Boer (1975) studeerde theologie in Apeldoorn, Utrecht, Kampen en Semitische Talen en Culturen in Leiden. Hij is predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerken en diende de gemeente te Werkendam (2003-2010), te Urk-Maranatha (2010-2016), te Sliedrecht Beth-El (2016-2023) en vanaf 2023 de christelijke gereformeerde kerk (cgk) te Renswoude.

    Uitgave: 2020
    13,75
  • Auteur(s): Exalto, John

    Paperback, 240 pag. Gebruikt boek in nieuwstaat.

    Te midden van een seculiere wereld staat het reformatorisch onderwijs als een monoreligieuze zuil nog recht overeind. Maar hoe verhoudt dit type onderwijs zich tot de plurale samenleving, waarin iedereen zijn eigen waarheid heeft? Hoe worden de leerlingen op actieve participatie in die samenleving voorbereid en welke opvattingen liggen daaraan ten grondslag? Op welke manier wordt in de klas aandacht besteed aan tolerantie en welke visie op andersdenkenden krijgen de leerlingen mee? In deze bundel staat de relatie tussen het reformatorisch onderwijs en de plurale en multireligieuze samenleving centraal. Die relatie is tegelijkertijd een spiegel voor de interne dynamiek van het reformatorisch onderwijs als deel van de Biblebelt en de ontwikkelingen daarbinnen in de omgang met levensbeschouwelijke diversiteit.

    Met bijdragen van Gerdien Bertram-Troost, Nico Broer, John Exalto, Bram de Muynck, Niels Rijke, Bart Jan Spruyt, Richard Toes, Wim Westerman en Maarten Wisse.

    De multiculturele refoschool is het derde deel in de serie ‘Biblebelt studies’

    Uitgave: 2017
    9,50
  • Auteur(s): Exalto, John

    Paperback, 240 pag. NIEUW boek.

    Te midden van een seculiere wereld staat het reformatorisch onderwijs als een monoreligieuze zuil nog recht overeind. Maar hoe verhoudt dit type onderwijs zich tot de plurale samenleving, waarin iedereen zijn eigen waarheid heeft? Hoe worden de leerlingen op actieve participatie in die samenleving voorbereid en welke opvattingen liggen daaraan ten grondslag? Op welke manier wordt in de klas aandacht besteed aan tolerantie en welke visie op andersdenkenden krijgen de leerlingen mee? In deze bundel staat de relatie tussen het reformatorisch onderwijs en de plurale en multireligieuze samenleving centraal. Die relatie is tegelijkertijd een spiegel voor de interne dynamiek van het reformatorisch onderwijs als deel van de Biblebelt en de ontwikkelingen daarbinnen in de omgang met levensbeschouwelijke diversiteit.

    Met bijdragen van Gerdien Bertram-Troost, Nico Broer, John Exalto, Bram de Muynck, Niels Rijke, Bart Jan Spruyt, Richard Toes, Wim Westerman en Maarten Wisse.

    De multiculturele refoschool is het derde deel in de serie ‘Biblebelt studies’

    Uitgave: 2017
    14,95
  • Puriteinen schreven over donkere kanten van het geestelijk leven, zoals
    benauwdheid, verlatenheid en neerslachtigheid. Ze wilden hun lezers inzicht
    geven in de oorzaken van dit geestelijk lijden. Doordat de zonde in hun
    geschriften prominent naar voren komt, krijgen schuldbesef en bekering een
    zwaar accent. Tegelijk krijgt echter ook de bemoediging van met name zwakke
    gelovigen sterke aandacht. Hoewel het spirituele lijden als ingrijpend wordt
    getekend, zijn puriteinse auteurs ervan overtuigd dat gelovigen dankzij Gods
    genade hun moeite te boven komen.

    Deze studie bedoelt niet alleen het veld van de puriteinse pastorale
    zorg en geloofsbeleving verder in kaart te brengen, maar ook de eigen bijdrage
    van deze beweging aan de westerse spiritualiteitgeschiedenis.

    Dr. R.W. de Koeijer is predikant van wijkgemeente de Ark (PKN) te
    Bilthoven. Van zijn hand verscheen eerder: Geestelijke strijd bij de
    puriteinen. Een spiritualiteit-historisch onderzoek naar Engelse puriteinse
    geschriften in de periode 1587-1684.

    17,50
  • Gebonden,  299 pag.  In zeer goede staat.

    Puriteinen schreven over donkere kanten van het geestelijk leven, zoals
    benauwdheid, verlatenheid en neerslachtigheid. Ze wilden hun lezers inzicht
    geven in de oorzaken van dit geestelijk lijden. Doordat de zonde in hun
    geschriften prominent naar voren komt, krijgen schuldbesef en bekering een
    zwaar accent. Tegelijk krijgt echter ook de bemoediging van met name zwakke
    gelovigen sterke aandacht. Hoewel het spirituele lijden als ingrijpend wordt
    getekend, zijn puriteinse auteurs ervan overtuigd dat gelovigen dankzij Gods
    genade hun moeite te boven komen.

    Deze studie bedoelt niet alleen het veld van de puriteinse pastorale
    zorg en geloofsbeleving verder in kaart te brengen, maar ook de eigen bijdrage
    van deze beweging aan de westerse spiritualiteitgeschiedenis.

    Dr. R.W. de Koeijer is predikant van wijkgemeente de Ark (PKN) te
    Bilthoven. Van zijn hand verscheen eerder: Geestelijke strijd bij de
    puriteinen. Een spiritualiteit-historisch onderzoek naar Engelse puriteinse
    geschriften in de periode 1587-1684.

    9,50
  • Auteur(s): Valen, L.J. van

    Gebonden. NIEUW boek. 576 pag.

    Deze studie richt zich op de invloed van het Schotse puritanisme op de Nadere Reformatie in de Nederlanden. Vanwege vervolgingen in hun thuisland was een aantal Schotse puriteinen in de zeventiende eeuw naar de Nederlanden uitgeweken. Vooral in de periode tussen 1660 en 1700 was er sprake van intensieve contacten.
    De auteur bespreekt het eigene van de Schotse vroomheid en de theologische accenten die men legde. Vervolgens gaat hij in op de receptie van het Schotse puriteinse gedachtegoed in de Nederlanden. Vooral het werk van de nadere reformator Jacobus Koelman (1632-1695), die veel vertalingen heeft uitgegeven, krijgt hierbij aandacht.

    L.J. van Valen (1946) verdiept zich als kerkhistorisch publicist a; lange tijd in de Schotse kerkgeschiedenis.
    In het najaar 2019 promoveerde de heer van Valen nadat hij de inhoud van dit proefschrift (dissertatie) verdedigde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Promotor was Prof. W.J. op ’t Hof.

    Uitgave: 2019
    39,95
  • Auteur(s): Valen, L.J. van

    Gebonden. Gebruikt boek in nieuwstaat. 576 pag.

    Deze studie richt zich op de invloed van het Schotse puritanisme op de Nadere Reformatie in de Nederlanden. Vanwege vervolgingen in hun thuisland was een aantal Schotse puriteinen in de zeventiende eeuw naar de Nederlanden uitgeweken. Vooral in de periode tussen 1660 en 1700 was er sprake van intensieve contacten.
    De auteur bespreekt het eigene van de Schotse vroomheid en de theologische accenten die men legde. Vervolgens gaat hij in op de receptie van het Schotse puriteinse gedachtegoed in de Nederlanden. Vooral het werk van de nadere reformator Jacobus Koelman (1632-1695), die veel vertalingen heeft uitgegeven, krijgt hierbij aandacht.

    L.J. van Valen (1946) verdiept zich als kerkhistorisch publicist a; lange tijd in de Schotse kerkgeschiedenis.
    In het najaar 2019 promoveerde de heer van Valen nadat hij de inhoud van dit proefschrift (dissertatie) verdedigde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Promotor was Prof. W.J. op ’t Hof.

    Uitgave: 2019
    18,50
  • Paperback, 108 pag. NIEUW boek.

    Over rechtvaardiging, Schriftgezag en vreemdelingschap

    Gods werk in het verleden is een bemoediging voor de kerk in het heden. Zo zijn er veel lessen te trekken uit Maarten Luthers verworteling in het Evangelie, zeker nu de kerk in Europa net als in de tijd van de reformator, in een crisis verkeert. In deze uitgave worden lessen getrokken uit drie kernthema’s in de Reformatie. Prof. ds. W. van Vlastuin onderzoekt de betekenis van de rechtvaardiging, dr. P. de Vries de waarde van het Sola Scriptura, dr. R. van Kooten behandelt het thema vreemdelingschap. Deze bundel bevat de inhoud van de drie lezingen die het Hersteld Hervormd Seminarium najaar 2017 samen met Driestar Educatief organiseerde.

    Uitgave: 2017
    2,50
  • Paperback, 108 pag. Gebruikt boek in nieuwstaat.

    Over rechtvaardiging, Schriftgezag en vreemdelingschap

    Gods werk in het verleden is een bemoediging voor de kerk in het heden. Zo zijn er veel lessen te trekken uit Maarten Luthers verworteling in het Evangelie, zeker nu de kerk in Europa net als in de tijd van de reformator, in een crisis verkeert. In deze uitgave worden lessen getrokken uit drie kernthema’s in de Reformatie. Prof. ds. W. van Vlastuin onderzoekt de betekenis van de rechtvaardiging, dr. P. de Vries de waarde van het Sola Scriptura, dr. R. van Kooten behandelt het thema vreemdelingschap. Deze bundel bevat de inhoud van de drie lezingen die het Hersteld Hervormd Seminarium najaar 2017 samen met Driestar Educatief organiseerde.

    Uitgave: 2017
    3,50
  • Paperback, 86 pag. Gebruikt boek in nieuwstaat.

    Over vrijheid in genade, kerkrecht en de Dordtse Synode

    Gods werk in het verleden is een bemoediging voor de kerk in het heden. Dat geldt voor de lessen die de reformatoren hebben gegeven. Het geldt ook voor het gedachtegoed dat de Synode van Dordrecht 1618-1619 naliet. In deze bundel worden vanuit beide perioden lijnen naar het heden getrokken. Dr. P.C. Hoek gaat in op het thema vrijheid als gebondenheid aan de genade. Ds. J.L. Schreuders behandelt de betekenis van Dordt voor het kerkrecht toen en nu. Dr. B.J. Spruyt schetst de strijd die in de negentiende en twintigste eeuw ontstond over de besluiten van de Dordste synode.

    Deze bundel bevat de inhoud van de drie lezingen die het Hersteld Hervormd Seminarium najaar 2018 samen met Driestar Educatief organiseerde.

    Uitgave: 2017
    3,50
  • Paperback, 86 pag. NIEUW boek.

    Over vrijheid in genade, kerkrecht en de Dordtse Synode

    Gods werk in het verleden is een bemoediging voor de kerk in het heden. Dat geldt voor de lessen die de reformatoren hebben gegeven. Het geldt ook voor het gedachtegoed dat de Synode van Dordrecht 1618-1619 naliet. In deze bundel worden vanuit beide perioden lijnen naar het heden getrokken. Dr. P.C. Hoek gaat in op het thema vrijheid als gebondenheid aan de genade. Ds. J.L. Schreuders behandelt de betekenis van Dordt voor het kerkrecht toen en nu. Dr. B.J. Spruyt schetst de strijd die in de negentiende en twintigste eeuw ontstond over de besluiten van de Dordste synode.

    Deze bundel bevat de inhoud van de drie lezingen die het Hersteld Hervormd Seminarium najaar 2018 samen met Driestar Educatief organiseerde.

    Uitgave: 2017
    2,50
  • Gebonden in 2 forse banden met totaal meer dan 1700 pag.

    De herdenking van 500 jaar Reformatie in 2017 is een gebeurtenis die wereldwijd de aandacht trekt. Deze studie belicht de Reformatie in het kader van een
    tweevoudige strijd: enerzijds tegen de Rooms-Katholieke Kerk en anderzijds tegen vrije anabaptistische (doopsgezinde) en spiritualistische stromingen. In
    2025 wordt 500 jaar doperdom internationaal herdacht, dit naar aanleiding van de eerste doperse gemeente in Zwitserland in 1525. Deze studie volgt dit
    tweevoudige debat door de eeuwen heen tot op de huidige tijd. De schrijver stelt ten slotte de vraag hoe de Reformatie in déze tijd gestalte zou kunnen
    krijgen, in een nieuwe context van enerzijds een veranderde Rooms-Katholieke Kerk en anderzijds nieuwe ‘doperse’ en charismatische vormen van kerk-zijn. De
    schrijver is van mening dat de Reformatie van de zestiende eeuw nog steeds een rijke inspiratiebron is voor de huidige kerk en theologie.

    Door dr. M. Klaassen in Reformatorisch Dagblad op 28-10-2017

    Journalist en theoloog Klaas van der Zwaag schreef een indrukwekkend boek. Niet alleen qua omvang –meer dan 1700 paginas– en de hoeveelheid geraadpleegde literatuur, maar vooral wat betreft de inhoud.
    Bij de presentatie van de tweedelige studie ”Reformatie vandaag” werd Van der Zwaag, kerknieuwsredacteur bij het Reformatorisch Dagblad, gekarakteriseerd als een encyclopedist: een in deze tijd zeldzaam (en waarschijnlijk uitstervend) ras. Het is een gave om vijf eeuwen kerkgeschiedenis te overzien en overzichtelijk weer te geven. Aanleiding tot deze studie, met de ondertitel ”500 jaar Hervorming in debat met Rome en nieuwe vormen van doperse radicaliteit”, is de herdenking van 500 jaar Reformatie. Maar Van der Zwaag doet meer dan alleen de geschiedenis en uitwerking van de Reformatie weergeven. Hij probeert ook het eigene van de Reformatie op het spoor te komen door deze te positioneren tussen Rome en –wat hij noemt– de doperse radicaliteit. De Reformatie kan naar zijn oordeel niet worden losgemaakt van deze beide polen. De Hervorming was immers een tegenbeweging tegen Rome, maar riep op haar beurt ook weer een tegenreactie op: de doperse beweging. IJkpunten In het eerste deel, getiteld ”Het geding met Rome”, beschrijft Van der Zwaag de opkomst van de Reformatie, het eigene ervan en de reactie van Rome op de Reformatie. Hierbij beperkt hij zich niet tot de tijd van de Reformatie zelf, maar maakt hij ook de ontwikkeling die Rome doormaakte inzichtelijk en gaat hij in op de verhouding tussen Rome en Reformatie vandaag. IJkpunten hierbij zijn de visie op genade, de kerk, het ambt, de sacramenten, Schrift en traditie. Het tweede deel gaat over het geding met de doperse beweging en beschrijft de opkomst van de radicale reformatie, die vond dat de hervormers op een aantal punten niet ver genoeg gingen. Hierbij betrekt Van der Zwaag zowel de dopers (de doopgezinde traditie) alsook de evangelische beweging. Ze zijn beide kinderen van de radicale reformatie, waarbij de laatste vandaag het invloedrijkst is. Van der Zwaag ziet de Reformatie als een „balanceren tussen twee uitersten.” Waar bij Rome de vrijheid van de Geest aan banden werd gelegd door het instituut van de kerk, werd in de doperse traditie de vrijheid van de Geest juist losgemaakt van uiterlijke heilsmiddelen, zoals de kerk en het Woord. De Reformatie wilde beide uitersten vermijden en beschouwde de kerk als instrument van het heilsgebeuren, waar Woord en Geest elkaar ontmoeten. Woord en Geest zijn geen of-of, maar en-en: de Geest werkt door het Woord en het Woord heeft de kracht van de Geest nodig om heilzaam te zijn. Positie kiezen Het is onmogelijk om in het korte bestek van een recensie recht te doen aan de brede inhoud van deze studie. Een paar opmerkingen. De uitvoerigheid waarmee Van der Zwaag schrijft heeft het gevaar in zich dat je door de bomen het bos niet meer ziet. De kracht van het boek is tegelijk zijn zwakte. Het boek leent zich uitstekend als naslagwerk om de visie van Rome of de dopers op een bepaald onderwerp op het spoor te komen. Maar het vergt veel tijd en discipline om het integraal te lezen. Niet alleen encyclopedisten zijn vandaag immers een bedreigd ras, dat geldt ook voor grondige lezers. Ook het gebruik van minder bronnen had mogelijk de leesbaarheid ten goede gekomen. Het boek heeft door het samenvoegen van allerlei bronnen soms een wat opsommend karakter. Daarnaast zou de auteur vaker zelf positie mogen kiezen. Zo noemt hij de visie van de Duitse kerkhistoricus Berndt Hamm, die beweert dat er helemaal geen tegenstelling is tussen de aflaathandel en de reformatorische visie op de genade, zonder deze stellingname te evalueren of te bekritiseren. Hetzelfde gebeurt bij de uitvoerige beschrijving van het huidige debat over de betekenis van de rechtvaardiging bij Paulus: allerlei visies worden benoemd, maar er wordt niet duidelijk stelling genomen. Nu is het niet eenvoudig om daar een oordeel over te vellen, maar het boek zou beslist aan kracht gewonnen hebben als dat vaker was gebeurd. Evangelische beweging Omdat het debat met Rome in Nederland een achterhoedegevecht is geworden, lijkt de relevantie van deze studie voor de gereformeerde gezindte vooral te zitten in het tweede deel. Daarin beschrijft Van der Zwaag helder de bronnen van de evangelische beweging en spiegelt deze met de reformatorische visie. Dat deel is verplichte kost voor wie inzicht wil krijgen in deze beweging, die op allerlei manieren ook de gereformeerde gezindte beïnvloedt. Van der Zwaag betrekt hierbij ook recente discussies, zoals die over Heart Cry (een stichting die inzet op geestelijke verdieping en de bewustwording van de noodzaak van herleving), en poogt een faire bespreking van de verschillende standpunten te geven. De les is dat de gereformeerde traditie alleen maar toekomst heeft als gepoogd wordt het eigene van de Reformatie vast te houden: de spanning bewaren tussen Woord en Geest. Dat voorkomt objectivisme en subjectivisme, wat de veilige koers is om kerk en geestelijk leven gezond te houden. De gereformeerde kerk kan immers alleen gezond blijven door zich telkens weer door Woord en Geest te laten reformeren. Kennisname van deze studie kan daar zeker toe bijdragen – en dat is een van de zaken die de auteur voor ogen stond bij het schrijven van dit boek. De woorden van zijn vader, W. van der Zwaag, die het boek als motto meekreeg, getuigen daarvan: „Als vorm en traditie het opkomende geslacht bij de kerk moeten bewaren dan is het een verloren zaak. Alleen in een weg van waarachtige reformatie en wederkeer tot de God der vaderen zal er nog gegronde verwachting zijn voor de toekomst van de vaderlandse gereformeerde Kerk!” Een waarschuwing en een appel die we alleen tot schade van onszelf kunnen negeren.

    29,95