De Naam van Jehovah, Israëls Rotssteen, van God zelve opentlyk, ten aanhoren van Hemel en Aarde, Uitgeroepen. Of het Goddelyk Pleidooi, Waar in alle de wegen van Jehovah met Israël, tot hier toe, ingeslagen, En verder, tot aan het Einde der Wereld, te houden, in Twe onderscheiden Vierscharen, Voldingende, en tot Overtuiginge van Israël, Bepleit en Gerechtvaardigt worden. Ontvouwt en Betoogt, volgens den Leidraad van het Goddelyk Lied, Deut XXXII: vs. 1 tot 43. Met een Aanhangzel, of Verklaringe van het Parabolisch Lied, Jesaia V: vs. 1 tot 7.

Auteur(s): Kulenkamp, Gerardus
2 delen, (12, XXXII, 4) 758, (8, VIII) 588 (46) pag. Origineel Perkament, 4°
Uitgave: 1757/1758
Prijs: €400,00